Het resultaat van de module Radiatoren vergelijkt in elke ruimte twee getallen: hoeveel warmte de radiatoren afgeven bij de gekozen watertemperatuur, en hoeveel warmte de ruimte nodig heeft. Dit artikel zegt waar de module beide vandaan haalt. Elk radiatorvermogen draagt in het resultaat zijn bron: "datablad", "richtwaarde" of "aangenomen". Elke last van een ruimte komt uit de warmteverliesberekening, uit de schatting of uit wat je zelf invult.
Het vermogen van een radiator: drie bronnen
"datablad" - uit het datablad van de radiator
Vink bij de radiator Ik heb het datablad aan en vul twee velden in:
- Vermogen volgens datablad bij 75/65/20 - het vermogen van de radiator in watt bij 75 °C aanvoer, 65 °C retour en 20 °C in de ruimte. Dat is de eerste regel van bijna elk datablad. Vul het vermogen van de hele radiator in, bij zijn hoogte en lengte.
- Exponent n - het getal uit het datablad dat zegt hoe snel het vermogen daalt als het water koeler wordt. Laat je het veld leeg, dan rekent de module met n = 1,3.
Dit is het zekerste vermogen, want het komt van jouw radiator.
"richtwaarde" - de mediaan van datasheets van meerdere fabrikanten
Zonder datablad krijgt een paneelradiator met ingevuld type (10, 11, 20, 21, 22 of 33) een richtwaarde. Voor elk type en elke hoogte namen we uit de openbare datasheets van meerdere fabrikanten het vermogen van een radiator van 1000 mm lang en zijn exponent n, en namen de mediaan. Het vermogen groeit mee met de lengte van de radiator. Voor een hoogte tussen twee hoogtes uit de datasheets interpoleert de module daartussen.
Richtwaarde betekent: een gewone radiator van dit type en deze hoogte. De jouwe kan iets meer of minder geven. Zit het resultaat van een ruimte dicht bij de grens, controleer dan het datablad van je radiator en vul zijn vermogen in.
"aangenomen" - als er geen gegevens zijn
Heeft een radiator geen vermogen uit het datablad en is er geen richtwaarde voor - een ledenradiator of gietijzeren radiator, het soort Weet ik niet of een paneelradiator zonder type -, dan rekent de module hem als een paneel type 22 van die maat. Een handdoekradiator telt als een half paneel type 11 van die maat. Een paneelradiator van type 11, 22 of 33 met een hoogte buiten de richtwaarden krijgt hetzelfde algemene vermogen van zijn eigen type. Types 10, 20 en 21 krijgen bij zo'n hoogte geen vermogen: de module rekent ze als 0 W en vraagt om het vermogen uit het datablad, omdat een vermogen geleend van type 22 meerdere keren te hoog zou zijn. De exponent n is dan 1,3. Dat is alleen een aanname zodat de ruimte überhaupt een vermogen heeft - vul bij zo'n radiator het vermogen uit het datablad in, of meet hem en kies zijn soort als dat kan.
Het vermogen bij de gekozen temperatuur
Het datablad geeft het vermogen bij 75/65/20, maar jij controleert de radiator bij een andere temperatuur, bijvoorbeeld 50 °C. De module rekent het vermogen om met de radiatorkarakteristiek van EN 442:
Φ = Φn · (ΔT / ΔTn)^n
- Φn - het vermogen bij 75/65/20 (uit het datablad, richtwaarde of aangenomen),
- ΔTn - de overtemperatuur bij 75/65/20, dus 50 K,
- ΔT - de overtemperatuur bij jouw temperaturen: het gemiddelde van aanvoer- en retourtemperatuur min de ruimtetemperatuur, zoals EN 442-2 die definieert (bij 55/45/20 is dat 30 K),
- n - de exponent van de radiator.
De retourtemperatuur is de Aanvoertemperatuur min het Verschil aanvoer-retour uit de stap Gegevens. De ruimtetemperatuur is de temperatuur die bij de ruimte staat en, als die er niet is, de ruimtetemperatuur uit de warmteverliesberekening of de ruimtetemperatuur van de woning.
Wat dit vermogen niet bevat: montagefactoren (nis, ombouw, aansluiting) en warmte uit leidingen die door de ruimte lopen. De methoderegel onder het resultaat en in het rapport zegt hetzelfde.
Met dezelfde karakteristiek zoekt de module voor elke ruimte de laagste aanvoertemperatuur waarbij haar radiatoren volstaan - de kolom Volstaat vanaf. De hoogste van die temperaturen is die van de woning: "Je radiatoren verwarmen de woning bij …".
De last van een ruimte: warmteverliesberekening of schatting
De module neemt de last van elke ruimte uit een van drie bronnen, in deze volgorde:
- Ingevulde last - een waarde die je bij de ruimte invult. Die gaat voor.
- De warmteverliesberekening. Neem je de ruimtes over met Ruimtes en lasten uit warmteverlies overnemen, dan heeft elke ruimte haar last uit de warmteverliesberekening volgens EN 12831-1 - gerekend uit haar bouwdelen, ramen, ventilatie en temperatuur. Gebruikt het project de warmteverliesberekening, dan krijgt een ruimte die daar ontbreekt geen schatting: de module mengt geen twee methodes.
- De schatting uit het vloeroppervlak. Zonder warmteverliesberekening schat de module het warmteverlies van de hele woning uit het verwarmde vloeroppervlak, de isolatie van de woning, de ontwerpbuitentemperatuur en de ruimtetemperatuur, en verdeelt het over de ruimtes. Het scherm en het rapport zeggen daarbij: "Een schatting uit het vloeroppervlak, geen berekening volgens EN 12831-1."
De schatting toont de richting - bijvoorbeeld dat de woning een hogere temperatuur nodig heeft dan je wilt. Om één ruimte te beoordelen, en voor de vervanglijst, bereken je het warmteverlies. Hoe dat gaat, staat in de handleiding warmteverliesberekening.
Goed om te weten
- De module rekent het vermogen van de radiatoren los van de installatie. Het leidingnet (stap Net) rekent alleen tweepijpsystemen, maar de radiatoren controleer je in elke woning.
- Het vermogen berekent het algoritme, niet Algo AI. Algo kan alleen radiatoren invullen vanaf een foto of uit een ontwerp - zie Radiator van een foto.
- Het resultaat is een radiatorcontrole, geen installatieontwerp.
