Naar de inhoud
HeatAlgo
BlogGidsen

Begrippenlijst voor installateurs: warmteverlies, U-waarde, lambda, koudebruggen

Begrippen uit warmteverliesberekening en dimensionering uitgelegd: U-waarde, lambda, warmteweerstand, koudebruggen, n50, bivalentiepunt, SCOP en stooklijn.

Oprichter van HeatAlgo, auteur van de rekenmotor volgens EN 12831 en EN 1264

Deze begrippenlijst verzamelt de begrippen die je tegenkomt in warmteverliesberekeningen, in tekeningen en in gesprekken met fabrikanten, en legt ze uit zonder ervan uit te gaan dat de norm opengeslagen op je bureau ligt. Elk begrip staat op zichzelf: je hoeft niet bovenaan te beginnen om er een te begrijpen.

Zoek je de versie voor klanten, dan hebben we een tweede begrippenlijst voor huiseigenaren geschreven - de documenten en begrippen waar een installateur aan het begin van een opdracht naar vraagt.

Basisbegrippen voor installateurs

Warmteverliesberekening

Het ontwerpwarmteverlies van het gebouw: hoeveel vermogen het gebouw in het koudste uur van het jaar nodig heeft om de geplande binnentemperatuur vast te houden. EN 12831-1 noemt deze grootheid zelf de ontwerpwarmtelast (Φ_HL): het warmteverlies door transmissie en ventilatie, plus een eventueel opwarmvermogen, min interne warmtewinst. In de praktijk heet het gewoon het warmteverlies. De uitkomst is een waarde in watt of kilowatt, per ruimte berekend. Alles wat daarna in het project komt - warmteopwekker, radiatoren, legafstand, buffervat - erft de fout ervan. Uitgebreider: warmteverliesberekening: wat is het en wat hangt ervan af.

EN 12831-1

De norm die de methode vastlegt voor het berekenen van het ontwerpwarmteverlies. De geldende uitgave is EN 12831-1:2017. In Nederland rekenen installateurs voor woningen vaak volgens ISSO 51. HeatAlgo rekent met de standaardwaarden uit de informatieve bijlage B van de Europese norm, niet volgens zo'n nationale methode - goed om te weten als je de uitkomsten van twee programma's vergelijkt. De norm steunt op twee andere: EN ISO 6946 voor de bouwdelen en EN ISO 13370 voor de warmteoverdracht via de grond.

Vermogen en energie

Twee verschillende grootheden die steeds worden verward. Vermogen (W, kW) is de vraag op een bepaald moment onder ontwerpomstandigheden en bepaalt de keuze van het toestel. Energie (kWh, kWh per jaar) is het verbruik over de tijd en bepaalt de gebruikskosten. Een warmtepomp van 8 kW en een gebouw dat 12.000 kWh per jaar verbruikt, zijn twee losse feiten; het ene volgt niet uit het andere zonder verdere aannames.

Energielabel

Een document over de jaarlijkse energiebehoefte van een gebouw (kWh/m² per jaar), opgesteld voor formele en vergelijkende doelen (in België: het EPC). Het is geen warmteverliesberekening en vervangt die niet bij het dimensioneren van de installatie. Het is wel vaak een nuttige bron van invoergegevens: het energielabel zelf toont vooral de energieklasse, maar de Rc- en U-waarden van de bouwdelen staan in het opnamerapport van de energieadviseur (in België in het EPC zelf).

Bouwdelen

Bouwdeel

Alles wat een verwarmde ruimte scheidt van iets met een andere temperatuur: buitenmuur, wand naar een onverwarmde garage, vloer onder een onverwarmde zolder, dak, vloer op grond, raam, deur. Elk bouwdeel heeft een eigen oppervlakte, een eigen U-waarde en een eigen temperatuurcorrectiefactor.

U-waarde

Hoeveel watt er per vierkante meter bouwdeel en per kelvin temperatuurverschil verloren gaat, in W/(m²·K). Hét kengetal voor de kwaliteit van een bouwdeel - lager is beter. Berekend volgens EN ISO 6946 uit de lagen: U = 1 / (Rsi + ΣR + Rse).

U-waarde van een buitenmuur

  • Massieve baksteen, 38 cm, zonder isolatie1,30
  • Dezelfde muur + 5 cm EPS0,50
  • Keramisch blok + 12 cm EPS0,24
  • Keramisch blok + 20 cm EPS0,16
  • Keramisch blok + 30 cm EPS0,11
Indicatieve waarden voor gangbare opbouwen. In een project wordt U berekend uit de werkelijke lagen van het werkelijke bouwdeel, niet uit een tabel.

Warmtegeleidingscoëfficiënt lambda (λ)

Een eigenschap van het materiaal: hoe goed het warmte geleidt, in W/(m·K). EPS zit rond 0,031-0,045, minerale wol vergelijkbaar, massieve baksteen rond 0,77, gewapend beton rond 1,7. Lambda hangt niet af van de dikte - het beschrijft het materiaal, niet de laag. Fabrikanten geven het op in de prestatieverklaring.

Warmteweerstand R

De weerstand van een materiaallaag, in m²·K/W, berekend als R = d / λ, met d de dikte in meters. 20 cm EPS met λ = 0,040 geeft R = 0,20 / 0,040 = 5,0 m²·K/W. De weerstanden van de lagen tellen op, en uit die som volgt U. Daarbij komen de overgangsweerstanden: Rsi binnen, Rse buiten.

Van materiaal naar bouwdeel

  1. Materiaal

    λW/(m·K)

    Hoe goed het materiaal warmte geleidt. Onafhankelijk van de dikte.

    EPS: λ = 0,040

  2. Laag

    Rm²·K/W

    De weerstand van één laag bij een bepaalde dikte d.

    R = 0,20 / 0,040 = 5,0

  3. Bouwdeel

    UW/(m²·K)

    Het hele bouwdeel: alle lagen plus de overgangsweerstanden.

    U = 1 / 6,23 = 0,16

Drie verschillende grootheden, geen drie namen voor één. De keten loopt alleen naar rechts: lambda en dikte geven R, en pas de som van de weerstanden geeft U.

Koudebrug

Een plek waar warmte sneller ontsnapt dan door het omliggende vlak: een hoek, een ringbalk, een latei, een balkonplaat, een raamdag, een doorbreking van de constructie. Lineaire koudebruggen worden beschreven met Ψ (psi) in W/(m·K), puntvormige met χ (chi) in W/K.

De methode van EN 12831-1 § 6.3.2.2 rekent ze mee als een toeslag ΔU_TB op de U-waarde van elk bouwdeel, afhankelijk van de kwaliteit van de detaillering: ongeveer 0,02 W/(m²·K) voor een gebouw met goed opgeloste details, 0,05 voor een standaardgebouw, 0,10 voor een renovatie, 0,15 voor een gebouw met slechte details. De gedetailleerde methode Ψ·L·ΔT uit bijlage C vraagt een detailcatalogus voor elke aansluiting.

Hoe beter een gebouw is geïsoleerd, hoe groter het aandeel van de koudebruggen in het totale verlies, omdat het deel door de bouwdelen zelf kleiner wordt. Koudebruggen negeren is in nieuwbouw een grotere fout dan in een oud huis.

Waar een koudebrug ontstaat en wat ze kost

Ongestoorde wandBalkonplaatRingbalk

Toeslag ΔU_TB naar kwaliteit van de details (EN 12831-1, bijlage B.2.1): (W/(m²·K))

  • Goed opgeloste details0,02
  • Standaard0,05
  • Renovatie0,10
  • Slechte details0,15
Door een ongestoorde wand stroomt de warmte gelijkmatig; bij de balkonplaat en de ringbalk dringt ze samen. De methode van de norm tekent dat niet aansluiting voor aansluiting - ze telt ΔU_TB op bij de U-waarde van elk bouwdeel.

Temperatuurcorrectiefactor b_u

Een factor die meeneemt dat niet elk bouwdeel aan buitenlucht grenst. Voor een buitenmuur is b_u = 1. Voor een wand naar een onverwarmde garage, een vloer onder een onverwarmde zolder of een vloer op grond ligt b_u onder 1, omdat het temperatuurverschil kleiner is. Standaardwaarden staan in bijlage B.2.4; je kunt ook b_u = (θint - θu) / (θint - θe) gebruiken met de aangenomen temperatuur van de aangrenzende ruimte.

Ontwerpomstandigheden

Ontwerpbuitentemperatuur (θe)

De temperatuur waarvoor het warmteverlies wordt berekend - niet de laagste ooit gemeten, maar een statistische waarde voor de locatie. HeatAlgo heeft de klimaatzones van de Poolse norm aan boord, van -16 °C (Szczecin) via -18 °C (Gdańsk, Wrocław, Poznań) tot -20 °C (Warschau, Krakau, Łódź, Katowice); voor een andere locatie vul je de ontwerpbuitentemperatuur zelf in. Dezelfde waarde moet in de hele keten gelden: in de warmteverliesberekening, bij het dimensioneren van de warmteopwekker en in de documentatie.

Klimaatzone

De indeling van een land in gebieden met dezelfde ontwerpbuitentemperatuur. Het praktische gevolg: bij 20 °C binnen is het verschil tussen -16 °C en -20 °C ongeveer 11 % van het warmteverlies, en dat is vaak een hele vermogensklasse van het toestel.

Ontwerpbinnentemperatuur (θint)

De temperatuur die de installatie in een bepaalde ruimte moet vasthouden. Niet één waarde per gebouw: een woonkamer, een badkamer en een garage hebben elk een andere waarde, en het verschil tussen aangrenzende ruimtes drijft een warmtestroom tussen hen, die ook in de berekening meetelt.

Ventilatievoud (n)

Hoe vaak per uur het hele luchtvolume van een ruimte wordt ververst, in h⁻¹. De berekening neemt de grootste van twee waarden: het hygiënische minimum dat volgt uit het gebruik van de ruimte (0,5 h⁻¹ voor verblijfsruimtes in woningen volgens tabel B.7) en de infiltratie die volgt uit de luchtdichtheid van het gebouw.

n50 en blowerdoortest

n50 is het ventilatievoud bij een opgelegd drukverschil van 50 Pa, gemeten met een blowerdoortest. De norm neemt de ontwerpinfiltratie aan als ongeveer 0,1 × n50 en beveelt voor woningen n50 ≤ 3 h⁻¹ aan. Gangbare waarden: ongeveer 1,0 voor een zeer luchtdicht gebouw, 3,0 voor een gemiddelde nieuwbouwwoning, 6,0 voor een lek of ouder gebouw.

Transmissieverlies en ventilatieverlies

Twee losse stromen waaruit het warmteverlies van een ruimte bestaat. Transmissie is de warmte die door de bouwdelen ontsnapt, berekend uit U, oppervlakte en temperatuurverschil. Ventilatie is de warmte die verloren gaat met de lucht die met buiten wordt ververst, berekend uit het ventilatievoud en het volume van de ruimte. Hun verhouding laat zien wat de moeite waard is om te verbeteren: in een goed geïsoleerd gebouw kan ventilatie de overhand hebben, en dan helpt extra isolatie weinig.

Opwarmvermogen (Φ_hu)

Extra vermogen om een ruimte na een verlagingsperiode weer op temperatuur te brengen - van belang bij installaties met nachtverlaging. Berekend uit de vloeroppervlakte en het specifieke opwarmvermogen (§ 6.3.4). De norm merkt op dat het in veel gevallen niet nodig is.

Installatie en warmteopwekker

Monovalente dimensionering

De warmtepomp dekt de hele vraag van het gebouw alleen, ook in het koudste uur van het jaar. Eenvoudiger, maar het leidt meestal tot een groter en duurder toestel dat de rest van het stookseizoen in deellast draait.

Bivalentiepunt

De buitentemperatuur tot waar de warmtepomp alleen werkt; daaronder neemt een elektrisch element of een tweede warmteopwekker het over. De bijverwarming dekt alleen het deel van het seizoen onder dat punt, en alleen het verschil tussen de vraag en het vermogen van de warmtepomp, en is daarom maar enkele procenten van de jaarlijkse energiebalans - daarom maakt een bivalentiepunt dat een paar graden hoger ligt een merkbaar kleiner toestel mogelijk, tegen een beetje elektrische bijverwarming. Een bivalentiepunt heeft alleen zin als het boven de ontwerpbuitentemperatuur ligt.

Het bivalentiepunt ligt waar twee lijnen elkaar kruisen

Elektrisch element vult aanBivalentiepuntVraag van het gebouwVermogen van de warmtepomp+7 °C+2 °C-3 °C-8 °C-13 °C-18 °Contwerpbuitentemperatuurbuitentemperatuur
Hoe kouder het wordt, hoe meer het gebouw vraagt en hoe minder de warmtepomp levert. Rechts van het snijpunt dekt een elektrisch element het verschil tussen de twee lijnen - niet de hele vraag.

COP en SCOP

De COP is het rendement op een bepaald moment: hoeveel kilowatt warmte de warmtepomp per kilowatt stroom levert, onder bepaalde omstandigheden (buitentemperatuur en aanvoertemperatuur). De SCOP is het seizoensrendement, gemiddeld over het stookseizoen. Een catalogus-COP bij A7/W35 en de echte SCOP van een installatie die radiatoren op 55 °C voedt, zijn totaal verschillende getallen. Een te grote warmtepomp pendelt in deellast, en dat drukt de echte SCOP.

Aanvoertemperatuur en ΔT

De aanvoertemperatuur is de temperatuur van het water dat de installatie in gaat; de ΔT is het verschil tussen aanvoer en retour. Vloerverwarming draait meestal op 30-40 °C met een ΔT rond 5 K, radiatoren op 45-70 °C met een ΔT rond 10 K. Elke graad lagere aanvoertemperatuur verhoogt het rendement van de warmtepomp - daarom is de aanvoertemperatuur een uitkomst van het ontwerp en geen knop die je op de bouwplaats instelt.

Stooklijn

Het verband tussen aanvoertemperatuur en buitentemperatuur, geprogrammeerd in de regeling van de warmteopwekker. Hoe kouder het buiten wordt, hoe hoger de installatie de aanvoer zet. Een te steile stooklijn betekent oververhitting en een onnodig slechte COP; een te vlakke betekent te weinig warmte in een koude periode.

Flowmeter en de instelwaarde

De flowmeter op de verdeler van de vloerverwarming toont het debiet door een groep, meestal in l/min. De instelwaarde is het debiet dat je erop instelt. Het punt: groepen verschillen in lengte en belasting, dus zonder waterzijdig inregelen neemt het water de kortste weg, en de langste groep verwarmt haar ruimte nooit goed. De instelwaarden komen uit de hydraulische berekening, niet uit het gelijk verdelen van het debiet.

Legafstand

De hart-op-hartafstand tussen naast elkaar liggende buisbanen van een vloerverwarmingsgroep, meestal 10-30 cm. Een kleinere legafstand betekent meer vermogen per vierkante meter bij dezelfde aanvoertemperatuur - daarom wordt hij verkleind in randzones, bij ramen en in badkamers.

Aanvoerleiding

Het stuk leiding van de verdeler tot het punt waar het eigenlijke legpatroon van de groep begint. De aanvoerleiding geeft onderweg warmte af en telt daarom mee in de lengte en de hydraulische weerstand van de groep.

Slakkenhuis en meander

Twee legpatronen voor een vloerverwarmingsgroep. Het slakkenhuis legt aanvoer- en retourbanen om en om naast elkaar en houdt zo de vloertemperatuur gelijkmatig. De meander legt de buis in rijen heen en weer - eenvoudiger te leggen, maar het laat een duidelijk verloop vanaf de aanvoerkant achter. In verblijfsruimtes is het slakkenhuis de standaard; de meander past bij randzones en smalle ruimtes.

Twee manieren om een groep te leggen

Slakkenhuis

Aanvoer en retour wisselen elkaar naast elkaar af, zodat de vloertemperatuur gelijkmatig blijft. De standaard in verblijfsruimtes.

Meander

De buis loopt in rijen heen en weer - eenvoudiger te leggen, maar het laat een duidelijk verloop vanaf de aanvoerkant achter. Past bij randzones en smalle ruimtes.

De kleur volgt de watertemperatuur langs de groep: warm bij de inlaat, koeler bij de uitlaat.

Buffervat en open verdeler

Een buffervat is een voorraad cv-water die de warmtecapaciteit van de installatie vergroot, de looptijden van de warmteopwekker verlengt en pendelen beperkt. Een open verdeler (in België: evenwichtsfles) ontkoppelt het opwekkercircuit van het afgiftecircuit, zodat de pompen niet om het debiet vechten; de inhoud ervan is te verwaarlozen. Twee verschillende onderdelen voor twee verschillende problemen, ook al halen catalogi ze vaak door elkaar.

Begrippen die het vaakst worden verward

Vier paren om uit elkaar te houden

  • Vermogen (kW)

    De vraag op een bepaald moment onder ontwerpomstandigheden. Bepaalt de keuze van het toestel.

    Energie (kWh)

    Verbruik over de tijd, meestal over een jaar. Bepaalt de gebruikskosten.

    Uit het vermogen volgt geen verbruik en uit het verbruik geen vermogen - niet zonder verdere aannames over klimaat en gebruik.

  • Lambda (λ)

    Een eigenschap van het materiaal, W/(m·K). Onafhankelijk van de laagdikte.

    U-waarde

    Een eigenschap van het hele bouwdeel, W/(m²·K). Hangt af van elke laag en haar dikte.

    De weg loopt van het ene naar het andere: R = d/λ per laag, dan U = 1 / de som van de weerstanden.

  • Warmteverliesberekening

    Het ontwerpvermogen van het gebouw volgens EN 12831-1, per ruimte.

    Energielabel

    Jaarlijkse energiebehoefte, kWh/m² per jaar, voor formele doelen.

    Een energielabel kan een goede bron van invoergegevens voor de berekening zijn, maar vervangt haar niet.

  • Buffervat

    Een voorraad die de warmtecapaciteit van de installatie vergroot. Beperkt het pendelen van de opwekker.

    Open verdeler

    Ontkoppelt het opwekkercircuit van het afgiftecircuit. Inhoud te verwaarlozen.

    Een open verdeler vervangt geen buffervat als het probleem pendelen is, en een buffervat lost geen conflict tussen pompen op.

Waar deze begrippen in HeatAlgo voorkomen

De module voor de warmteverliesberekening rekent per ruimte volgens EN 12831-1:2017 en toont bij elke ruimte de verdeling over transmissie, koudebruggen en ventilatie - en bij elk bouwdeel de lagen waaruit de U-waarde komt. De warmtepompmodule leest die resultaten direct en werkt met dezelfde ontwerpbuitentemperatuur. De vloerverwarmingsmodule meet de groepslengtes uit de echte geometrie van de tekening, inclusief buigstralen en aanvoerleidingen.

Meer materiaal vind je in de hulp.

Gratis account aanmaken

De app is in het Engels.

HeatAlgo-nieuwsbrief

Nieuwe gidsen, wijzigingen in HeatAlgo en aanbiedingen - direct in je inbox, in het Engels. Je bevestigt de aanmelding via een link die we je sturen.

Een vraag of opmerking?

Ik antwoord persoonlijk, in het Engels - meestal binnen 24 uur.

Een vergelijkbare vraag? Bekijk de veelgestelde vragen hieronder ↓

FAQ

Veelgestelde vragen

Wat is de U-waarde?

De U-waarde zegt hoeveel watt er per vierkante meter bouwdeel en per kelvin temperatuurverschil verloren gaat, in W/(m²·K). Lager is beter. Je berekent haar volgens EN ISO 6946 uit de lagen van het bouwdeel: tel de warmteweerstanden van alle lagen op, plus de overgangsweerstanden aan beide kanten, en U is het omgekeerde van die som.

Wat is het verschil tussen lambda en de U-waarde?

Lambda (λ) is een eigenschap van het materiaal zelf - hoe goed het warmte geleidt, in W/(m·K) - en hangt niet af van hoe dik de laag is. U beschrijft het hele bouwdeel: alle lagen samen met hun dikte. Uit lambda en dikte volgt de warmteweerstand R = d/λ, en uit de som van de weerstanden de U-waarde. Lambda gaat over het materiaal, U over de wand.

Wat is een koudebrug?

Een plek waar warmte sneller ontsnapt dan door het omliggende vlak - een hoek, een ringbalk, een latei, een balkonplaat, een raamdag. Lineaire koudebruggen worden beschreven met Ψ in W/(m·K), puntvormige met χ in W/K. De methode van EN 12831-1 § 6.3.2.2 rekent ze mee als een toeslag ΔU_TB op de U-waarde van elk bouwdeel, meestal 0,02 tot 0,15 W/(m²·K), afhankelijk van de uitvoeringskwaliteit.

Wat betekent n50?

Het ventilatievoud bij 50 Pa drukverschil, gemeten met een blowerdoortest, in h⁻¹. n50 = 3 betekent dat het hele luchtvolume van het gebouw bij 50 Pa drie keer per uur wordt ververst. EN 12831-1 neemt de ontwerpinfiltratie aan als ongeveer 0,1 × n50 en beveelt voor woningen n50 ≤ 3 h⁻¹ aan.

Wat is het bivalentiepunt?

De buitentemperatuur tot waar de warmtepomp de vraag van het gebouw alleen dekt; daaronder neemt een elektrisch element of een tweede warmteopwekker het over. De bijverwarming dekt alleen het verschil tussen de vraag en het vermogen van de warmtepomp, niet de hele vraag, en is daarom maar enkele procenten van de jaarlijkse energiebalans. Bivalent dimensioneren maakt een kleiner toestel mogelijk dan monovalent dimensioneren, waarbij de warmtepomp de hele vraag in het koudste uur van het jaar moet dekken.

Blog

Lees ook

Gidsen

Vloerverwarming infrezen in een bestaande dekvloer: frezen of een opbouwsysteem?

Vloerverwarming infrezen: sleuven voor watergedragen vloerverwarming in je bestaande dekvloer. Wanneer je vloer geschikt is en wat in de offerte hoort.

Gidsen

Verdeler vloerverwarming: in een kast, onder de trap of centraal?

Waar plaats je de verdeler van de vloerverwarming? Twee plaatsen op één verdieping, doorgerekend in HeatAlgo, en wat je aan je installateur vraagt.

Gidsen

Vloerverwarming in een bestaande woning: wat je eerst meet

Vloerverwarming in een bestaande woning: nieuwe dekvloer of infrezen? Meet de hoogtes bij deuren, drempels en trap en check het warmteverlies. Met werkblad.

Gidsen

Vloerverwarming aanleggen: legplan, groepenoverzicht en warmteverlies controleren

Een ontwerp of offerte voor vloerverwarming controleren: het legplan, het warmteverlies per ruimte en de groepen. Met een werkblad om offertes te vergelijken.

Gidsen

Vloerverwarming offerte aanvragen: checklist om je voor te bereiden en offertes te vergelijken

Een vloerverwarming offerte aanvragen? Zo bereid je je voor: plattegronden, isolatie, vloerafwerking, verwarmingsinstallatie en vragen voor je installateur.

Gidsen

Vloerverwarming uit de plattegrond: AI tekent de velden en de groepen

Upload een plattegrond als PDF, PNG, JPG, HEIC, DWG of DXF, kalibreer de schaal en HeatAlgo tekent de vloerverwarmingsvelden met legpatroon volgens EN 1264.

Gidsen

Algo, de AI-assistent in HeatAlgo: wat hij kan, waar je hem vindt en waar zijn grenzen liggen

Waar je Algo AI opent, hoe hij bouwtekeningen leest en een project controleert, de modi Propose en Automatic, Undo, bestanden, bronnen en de maandlimiet.

Gidsen

Balansventilatie met WTW ontwerpen in HeatAlgo (bèta): zes stappen van de ruimtes tot de balans en de unit

Balansventilatie met WTW in zes stappen: gebouw, ruimtes en ventilatiedebieten, kanalen op de plattegronden, de WTW-unit uit EPREL, standen en de balans.

Gidsen

Aanvoertemperatuur vloerverwarming met een warmtepomp: wat elke vloerafwerking geeft bij 35-45 °C

Watertemperatuur en vloerafwerking bepalen wat een vloer afgeeft. Berekend: wat een aanvoertemperatuur van 30-45 °C per m² geeft onder tegels, hout en tapijt.

Gidsen

Vloerverwarming leggen: legafstand 100, 150 of 200 mm, en hoe lang een groep mag zijn

Vloerverwarming leggen met (oppervlak ÷ legafstand) × 1,1? Die mist de aanvoerleiding en de afstand tot de muur. Zo reken je legafstand en groepslengte goed.

Gidsen

Verbod op split-warmtepompen in 2027: wat van de markt gaat en wat blijft

Nee, een geplaatste warmtepomp hoeft er niet uit. Vanaf 1 januari 2027 gaan split lucht-waterunits tot 12 kW met een GWP vanaf 150 van de markt. De datums.

Gidsen

Warmtepomp te groot: pendelen, en hoe je het kW-getal in de offerte controleert

Waarom een warmtepomp die te groot is gekozen gaat pendelen, rendement verliest en de compressor sneller slijt - en hoe je hem op een berekening dimensioneert.

Gidsen

Verwarmingsbegrippen voor huiseigenaren: wat de woorden in het formulier van je installateur betekenen

Je installateur vraagt om plattegronden, doorsneden en een kozijnstaat? Hier lees je wat elk document is, waarom het nodig is en waar je het vindt.

Gidsen

Warmteverliesberekening per ruimte: wat is het en waarom W/m²-vuistregels tekortschieten

Een warmteverliesberekening geeft het vermogen dat een huis nodig heeft in het koudste uur van het jaar, volgens EN 12831-1. Voorbeeld: 102,2 m², 4586,89 W.

Gidsen

Vloerverwarming ontwerpen in HeatAlgo: handleiding stap voor stap

Plattegrond uploaden en kalibreren, velden zelf of met Algo AI tekenen, groepen op de verdeler aansluiten en het rapport en het legplan als pdf downloaden.

Gidsen

Klantformulier versturen en complete gegevens krijgen - een handleiding

Van project aanmaken tot het overnemen van de gegevens van je klant - een eenvoudige handleiding, stap voor stap en scherm voor scherm, zonder vakjargon.

Maak een gratis HeatAlgo-account aan

Van de gegevens van je klant naar een afgerond verwarmingsproject, alles op één plek.

De app is in het Engels.